Financiering
Hier vindt u meer informatie over de verschillende financieringsvormen van hulpmiddelen in Nederland.
Wmo betekent: Wet maatschappelijke ondersteuning. De wet wordt uitgevoerd door de gemeenten. Bent u door een ziekte of aandoening beperkt in uw mogelijkheden, dan kunt u een beroep doen op ondersteuning vanuit de Wmo. De gemeente zorgt er voor dat u de ondersteuning krijgt die u nodig heeft om mee te kunnen doen. Dat kan een rolstoel zijn, een vervoershulpmiddel of een woningaanpassing maar ook hulp bij het doen van het huishouden. De gemeente noemt dit een voorziening. Een gemeente biedt onder de Wmo algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen aan. Een algemene voorziening is voor alle inwoners van een gemeente beschikbaar. Maatwerkvoorziening is persoonlijke hulp, wanneer algemene voorzieningen niet voldoende zijn. Informeer bij uw gemeente of u een maatwerk of algemene voorziening heeft.
Voor Wmo voorzieningen geldt een eigen bijdrage. Voor de actuele hoogte hiervan en voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van het CAK.
Samen tot oplossing komen
De gemeente kijkt altijd samen met u, en de mensen om u heen, naar wat u nodig heeft. Samen moet u dan tot de beste oplossing zien te komen. De gemeente beslist als laatste wat er gebeurd.
Hoe de Wmo in uw woonplaats is geregeld, kunt u navragen bij het Wmo-loket in uw gemeente of u kunt het lezen op de website van uw gemeente. In eerste instantie doet u een melding, dit kan door een gesprek te hebben bij het Wmo-loket. Ook kunt u vragen of mensen van het Wmo-loket bij u thuis komen. U kan altijd iemand bij dit gesprek meenemen die u helpt. In het gesprek bespreekt u uw problemen. Hieruit komt naar voren welke ondersteuning het beste bij u past. De Wmo-voorzieningen kunnen in overleg met u in verschillende vormen worden verstrekt, namelijk in natura (u krijgt het hulpmiddel in bruikleen) of via een persoonsgebonden budget (u krijgt het bedrag wat u nodig heeft voor een voorziening en gaat die zelf kopen). Degene die een individuele voorziening nodig heeft volgens de gemeente, is vrij te kiezen in welke vorm hij of zij de voorziening wenst. De keuzevrijheid kent wel grenzen.
De gemeente beslist wat u krijgt
Na de melding moet de gemeente binnen 2 weken reageren met een passend antwoord. Dit kan betekenen dat een aanvraag wordt ingediend of dat er bijvoorbeeld gebruik kan worden gemaakt van een algemene voorziening of alternatief. Als de aanvraag voor ondersteuning vanuit de Wmo is ingediend, neemt de gemeente binnen 6 weken een beslissing. De beslissing krijgt u in een officiële brief thuisgestuurd. Dit heet ‘beschikking’. Bent u het niet eens met de genomen beslissing dan kunt u via een brief officieel ‘bezwaar maken’. De mensen van het Wmo-loket kunnen u uitleggen hoe dit moet. U kunt ook aan de organisatie MEE (kijk voor de mogelijkheden op www.mee.nl) vragen om te helpen bij het bezwaar maken. Daarnaast zijn er nog diverse andere organisaties die u kunnen steunen. Te denken valt aan gehandicaptenorganisaties en ouderenbonden.
Regelhulp
Heeft u hulp nodig bij het aanvragen van een Wmo-voorziening? Op www.regelhulp.nl leest u wat u kunt doen en wordt wet- en regelgeving verder uitgelegd.

Een cliënt met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) die hulpmiddelen nodig heeft, kan deze op verschillende manieren verstrekt krijgen. De Wlz geeft aanspraak op verschillende soorten hulpmiddelen. Soms moet de cliënt – ondanks dat hij een Wlz-indicatie heeft – voor hulpmiddelen een beroep doen op een ander wettelijk domein, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
- Leveringsvorm Wlz-cliënt speelt een rol in de route voor hulpmiddelenverstrekking
Of een beroep kan worden gedaan op de Wlz voor de verstrekking van een hulpmiddel of dat men zich hiertoe moet wenden tot de gemeente (Wmo) of de Zorgverzekeraar (Zvw), is onder andere afhankelijk van de leveringsvorm die de Wlz-cliënt voor zijn Wlz-zorg heeft gekozen: voor cliënten met verblijf in een Wlz-instelling is de verstrekking van hulpmiddelen anders geregeld dan voor Wlz-cliënten die hun zorg thuis ontvangen via een volledig pakket thuis (vpt), een modulair pakket thuis (mpt) of een persoonsgebonden budget (pgb).
- Of er sprake is van verblijf èn behandeling in een instelling of alleen verblijf speelt een rol in de route voor hulpmiddelenverstrekking
- Ook het soort hulpmiddel en het doel waarvoor het wordt gebruikt spelen een rol bij de vraag of en vanuit welk wettelijk domein een Wlz-cliënt aanspraak kan hebben op een hulpmiddel.
Met betrekking tot mobiliteitshulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld een rolstoel geldt dat Wlz gerechtigden die thuis wonen (vpt, mpt of pgb) èn Wlz gerechtigden die verblijf zonder Wlz behandeling ontvangen, geldt dat deze worden verstrekt via de gemeente (Wmo) of de zorgverzekeraar (Zvw).
Het Zorginstituut heeft een brochure uitgebracht waarin de aanspraak op hulpmiddelen voor cliënten met een WLZ indicatie duidelijker en inzicht is gemaakt. Op de website van Zorginstituut vind u meer informatie hierover.

De Zorgverzekeringswet (ZVW) regelt een verplichte basisverzekering voor zorg. Iedere Nederlander (of hij of zij die hier loonbelasting betaalt) is verplicht zich te verzekeren voor deze standaard verzekering. Dit wordt niet door een werkgever of uitkeringsinstantie gedaan. In de Zorgverzekeringswet (Zvw) staat beschreven welke hulpmiddelen voor vergoeding uit het basispakket in aanmerking kunnen komen. Er zijn veel verschillende hulpmiddelen. Het is in eerste instantie aan de zorgverzekeraar om te beoordelen of een hulpmiddel voor vergoeding uit het basispakket in aanmerking komt. Dit heet ook wel of een hulpmiddel ‘onder de functiegerichte aanspraak valt’. Dit is geregeld in paragraaf 1.4. Hulpmiddelenzorg van de Regeling zorgverzekering (artikelen 2.6 tot en met 2.29):
- Uitwendige hulpmiddelen ter volledige of gedeeltelijke vervanging van anatomische eigenschappen van onderdelen van het menselijk lichaam of bedekking daarvan
- Uitwendige hulpmiddelen voor het ademhalingsstelsel
- uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie
- uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij urinelozing en defecatie
- uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in het bewegingssysteem
- uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de visuele functie
- hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de mate van bewustzijn;
- hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden
- hulpmiddelen die samenhangen met verzorging en verpleging op bed
- hulpmiddelen te gebruiken bij stoornissen in de functies van de huid
- injectiespuiten
- uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het langdurig compenseren van het functieverlies van aderen bij het transport van bloed en het functieverlies van lymfevaten bij het transport van lymfe;
- uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij stoornissen in de functies van het hematologisch systeem;
- uitwendige hulpmiddelen te gebruiken bij het controleren en reguleren van stoornissen in de bloedsuikerspiegel;
- draagbare, uitwendige infuuspompen
- hulpmiddelen voor het toedienen van voeding
- uitwendige hulpmiddelen gerelateerd aan en ter compensatie van beperkingen in het spreken;
- hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering;
- uitwendige elektrostimulators tegen chronische pijn met toebehoren;
In de praktijk zijn dit bijvoorbeeld:
- hulpmiddelen die u dagelijks in huis gebruikt voor uw eigen verzorging zoals aankleedhulpmiddelen, aangepaste kleding;
- hulpmiddelen als hoog-laag bedden en aangepaste stoelen;
- communicatiehulpmiddelen die u thuis gebruikt om contact te kunnen hebben met anderen zoals aangepaste computers, hoortoestellen, spraakversterkers, telefoonversterkers;
- medische hulpmiddelen zoals injectiespuiten, verbandgaas, brillen;
- orthesen zoals een halskraag en orthopedische schoenen;
- prothesen zoals arm-, been, knie- en borstprothesen;
- hulpmiddelen die bedoeld zijn ter compensatie van onvoldoende arm- hand- en vingerfunctie (een robotarm, dynamische armondersteuning, een krantenhouder of een schaarstandaard);
- verplaatsingshulpmiddelen zoals taststokken, loopwagens en drempelhulpen
Hoe gaat u te werk
Informeer bij uw zorgverzekeraar hoe de procedure met betrekking tot het aanvragen van een specifiek hulpmiddel bij hen verloopt. Vaak heeft u een verwijzing van uw huisarts of specialist nodig. Bij de beoordeling zal gekeken worden of u het hulpmiddel ècht nodig heeft en wat de meest goedkope adequate oplossing is. Het kan zijn dat u het hulpmiddel krijgt (verstrekking in eigendom) of dat u het te leen krijgt (verstrekking in bruikleen). De passing en levering van het hulpmiddel vindt plaats bij de door uw zorgverzekeraar gecontracteerde hulpmiddelenleveranciers. Het is ook mogelijk dat uw aanvraag wordt afgewezen.
Zorgverzekeraars mogen zelf bepalen hoe ze te werk gaan dus ze mogen zelf besluiten of het nodig is dat hulpmiddelen voorgeschreven zijn door artsen/specialisten en/of dat toestemming van de zorgverzekeraar nodig is, om een hulpmiddel te verkrijgen. Hoe dat voor het door u gewenste hulpmiddel geregeld is, kunt u vinden in het Reglement Hulpmiddelen van uw eigen zorgverzekeraar of door telefonisch contact met uw zorgverzekeraar op te nemen.
Mocht u het niet eens zijn met een afwijzing, dan kunt u een bezwaarschrift indienen waarin u aangeeft waarom u het niet eens bent met de beslissing en het hulpmiddel uw inziens wel verstrekt zou moeten worden en waarin je om een heroverweging van de beslissing. Indien deze wederom wordt afgewezen dan kun je een een klacht indienen bij Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (www.SKGZ.nl).
Eigen bijdrage
Voor hulpmiddelen in bruikleen betaalt u geen eigen bijdrage. Eventueel kan een waarborgsom in rekening worden gebracht die u (zonder rente) weer terugkrijgt als u het hulpmiddel weer inlevert.
Voor hulpmiddelen die u in eigendom krijgt moet u in sommige gevallen een eigen bijdrage betalen. Deze hulpmiddelen kunt u vaak alleen aanschaffen bij leveranciers die een overeenkomst hebben met de zorgverzekeraar.
De hoogte van de eigen bijdrage kan beïnvloed worden door uw aanvullende verzekering. Kijk dit na in polisvoorwaarden van uw zorgverzekering of neem contact op met uw zorgverzekeraar.

Heeft u hulp of een hulpmiddel nodig om uw werk goed te doen? Bijvoorbeeld een schrijf-en-gebarentolk, orthopedische werkschoenen of een aangepaste auto? Dan kunt u hiervoor bij het UWV een vergoeding aanvragen. Of u kunt gebruikmaken van een regeling van UWV. Dat kan soms ook als u geen uitkering van het UWV krijgt.
Hoe gaat u te werk?
De hulp, hulpmiddelen en regelingen noemt men bij het UWV ook wel voorzieningen. Om gebruik te maken van een regeling of om een vergoeding voor hulp of een hulpmiddel aan te vragen, moet u aan de algemene voorwaarden voldoen. Belangrijk is dat u niet vooraf al zelf koopt. U krijgt geen vergoeding als u het hulpmiddel al heeft gekocht. De reden hiervoor is dat het UWV met vaste leveranciers werkt. Ze bestellen het hulpmiddel meestal zelf. De reden hiervoor is dat het UWV met vaste leveranciers werkt en sommige hulpmiddelen in bruikleen worden verstrekt. Mobiliteitshulpmiddelen die nodig zijn voor vervoer van en naar het werk zoals bijvoorbeeld rolstoelen, driewielfietsen, scootmobielen en loophulpmiddelen worden meestal in bruikleen verstrekt via vaste leveranciers. Communicatiehulpmiddelen en aangepaste bureaustoelen worden door UWV bij vaste leveranciers besteld.
Voor een aantal hulpmiddelen werken ze niet met vaste leveranciers, bijvoorbeeld orthopedische schoenen. Koop ook deze hulpmiddelen niet eerst zelf, maar dien eerst een aanvraag in. Voor sommige voorzieningen geldt een inkomensgrens. Het UWV beoordeelt dan of u een vergoeding kunt krijgen. Op de website van het UWV kunt u een aanvraagformulier downloaden. Als het UWV aanvraag goedkeurt, krijgt u van hen een brief. Hierin staat hoe u de voorziening krijgt.
Via de werkgever
Maakt uw werkgever extra kosten om uw werk mogelijk te maken? Dan kan hij bij UWV een vergoeding aanvragen voor niet-meeneembare aanpassingen op de werkplek of in het bedrijf. Voorbeelden hiervan zijn een aangepast toilet, een traplift of een aangepaste werkplek. Hiervoor is een speciaal aanvraagformulier beschikbaar op de website van het UWV.
Structureel werken met een voorziening?
Kreeg u voordat u 18 werd of tijdens uw studie een ziekte of handicap? En kunt u daardoor alleen met een voorziening werken? Dan kunt u bij het UWV een Beoordeling werken met een voorziening aanvragen. Dit doet u met het formulier Aanvraag Beoordeling werken met een voorziening wat u kunt vinden op de website van het UWV. Beoordeeld wordt dan of u zonder de voorziening niet het minimumloon kan verdienen. Als dit zo is, dan neemt het UWV u op in het doelgroepregister. U telt dan mee voor het quotum arbeidsbeperkten.
Wat is het quotum arbeidsbeperkten?
Kabinet en werkgevers hebben afgesproken dat zij extra banen gaan creëren voor mensen met een ziekte of handicap. Werkgevers moeten tot 2026 in totaal 100.000 banen realiseren voor mensen met een ziekte of handicap. De overheid doet dit voor 25.000 mensen met een ziekte of handicap. Dit is geregeld in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. Werkgevers zijn verplicht om een bepaald percentage banen te geven aan mensen met een ziekte of handicap (een quotum). Houden werkgevers zich niet aan het afgesproken aantal banen in de banenafspraak? Dan moeten zij misschien een quotumheffing betalen.
Waarom word ik opgenomen in het doelgroepregister?
Met de opname in het doelgroepregister kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleren of werkgevers en overheid voldoende banen realiseren voor mensen met een ziekte of handicap. Werkt u met een voorziening en staat u in het doelgroepregister? Dan telt u mee voor het quotum arbeidsbeperkten. Dit kan voor een werkgever een reden zijn om u in dienst te houden. Of om u bij een sollicitatie in dienst te nemen.
Voor meer informatie over de mogelijkheden die het UWV biedt op gebied van hulpmiddelen, kijkt u op www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen

Uiteraard kunt u er ten alle tijden toe besluiten om zelf een hulpmiddel aan te schaffen. Het voordeel hiervan is dat u geen aanvraag en beoordelingsproces hoeft te doorlopen (waardoor u mogelijk sneller over uw hulpmiddel beschikt) en dat u volledig vrij bent in uw keuze van leverancier en hulpmiddel.
Houdt u er rekening mee dat de meeste vergoedingsregelingen niet meer gelden als u al iets heeft aangeschaft. Indien u de voorkeur geeft aan het niet of minder zelf betalen, dan adviseren wij u eerst te onderzoeken of u daarvoor in aanmerking komt, voordat u gaat aanschaffen.
We adviseren u tevens om, wanneer u particulier een hulpmiddel gaat aanschaffen, iemand mee te nemen die met u mee kan luisteren. Er komt immers altijd veel informatie op uw af en het gaat om uw gezondheid en is dus erg belangrijk voor u.
Daarnaast is het van groot belang dat u een leverancier zoekt die u objectief informeert, deskundig is, een veilig hulpmiddel adviseert, een duidelijke uitleg geeft en waarbij de nazorg en service goed is geregeld.
De leden van Firevaned beschikken over het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen, waarbij deze zaken zijn geborgd.
Daarnaast beschikt het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen over een klachten- en geschillenregeling, mocht er onverhoopt iets misgaan.

Diversen
Welke hulpmiddelen zijn er allemaal? Welke functiebeperkingen kunnen worden gecompenseerd worden door welk juist passend hulpmiddel? Waar moet u bij ieder soort hulpmiddel op letten? Via welke financieringsvorm worden welk hulpmiddel precies vergoed? Betrouwbare informatie per aandoening of beperking en ook per type hulpmiddel, vindt u op de hulpmiddelen website van Vilans, kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning.

Alle hulpmiddelen voor mensen met een functiebeperking zoals tilliften, rollators, hoog/laag bedden, rolstoelen, elektrisch scootmobielen enzovoort, dienen te voldoen aan de Medical Device Regulation 2017/745, de Europese Verordening voor medische hulpmiddelen. Dit betekent dat deze producten alleen op de markt mogen worden gebracht als zij aan de eisen van deze wetgeving voldoen.
Drie basisgegevens
De keuze van een hulpmiddel start vanuit uw wens om een activiteit uit te kunnen blijven voeren ondanks de beperkingen die u daarbij ondervindt door uw handicap of chronische ziekte. Bij de keuze moet rekening gehouden worden met drie basisgegevens:
- wat zijn uw functionele mogelijkheden (dus wat kunt u nog)
- de activiteiten die u wilt uitvoeren
- de situatie en de omgeving waarin u wilt functioneren (wilt u zich thuis kunnen verplaatsen of wilt u bijvoorbeeld mee als uw partner met de fiets het bos in gaat).
Na overleg met deskundigen blijken er verschillende hulpmiddelen die een oplossing voor het probleem kunnen zijn. Die moeten grondig tegen elkaar afgewogen worden om zo de meest doelmatige oplossing te kiezen. Natuurlijk is de meest doelmatige oplossing het hulpmiddel dat het best past bij de eisen vanuit die drie basisgegevens. Vanuit de verschillende vergoedingskanelen gaat het daarnaast ook om de beste prijs-kwaliteitverhouding.
Een goed hulpmiddel waar een gebruiker lang veel plezier van heeft is een hulpmiddel dat deskundig is geadviseerd, een hulpmiddel dat veilig is voor de gebruiker, een hulpmiddel waarvan het gebruik objectief en duidelijk is uitgelegd èn een hulpmiddel waarbij de nazorg en service goed is geregeld!

In Nederland zijn er diverse vergoedingsstromen die de verstrekking van hulpmiddelen mogelijk maken. De verschillende partijen hebben verschillende uitgangspunten.
Zorgverzekeraars vinden het over het algemeen belangrijk dat u als verzekerde zelf kunt kiezen voor een hulpmiddelenleverancier. Dit uitgangspunt is niet overal van toepassing.
Met name voor de groep massa/standaardproducten (zoals incontinentiemateriaal) kan door middel van het beperken van de groep van leveranciers of het kiezen voor 1 leverancier, een scherpere prijs worden bedongen. Gemeenten sluiten in het kader van Wmo (dus voor rolstoelen, vervoersmiddelen zoals scootmobielen en bijvoorbeeld beugels en douchezitjes die aan de muur worden bevestigd) doorgaans een contract met meerdere leverancier die uw hulpmiddel levert.
Over het algemeen gelden de volgende voorwaarden waar een leverancier aan moet voldoen:
- Het (technische) product moet altijd voldoen aan de kwaliteitstoetsing die hiervoor geldt (CE, MDR etc.)
- De leverancier moet gecertificeerd zijn (Bijvoorbeeld ISO) en de vaardigheid van de medewerkers moet door opleiding en nascholing op peil zijn en blijven
- De praktijkruimte moet voldoende toegankelijk zijn en voldoende zijn ingericht voor de functie die wordt uitgeoefend
- Privacy moet worden gewaarborgd en de patiënt/zorggegevens moeten worden vastgelegd in een zorgdossier
- Iedere hulpmiddelenleverancier moet een interne procedure hebben voor klachtenafhandeling
- De leverancier moet een bepaalde toegangstijd en levertijd in acht nemen. Dit geldt voor normale en spoedsituaties
- De leverancier garandeert de veiligheid van de zorg aan de verzekerde
- De leverancier geeft voor een bepaalde periode garantie op een goede werking van de hulpmiddelen. Bij problemen binnen deze garantietermijn zorgt de leverancier voor een afdoende oplossing.
- De leverancier informeert de cliënt schriftelijk en/of mondeling over de werking van de hulpmiddelen en over een doelmatig gebruik.
- De leverancier is altijd voldoende (telefonisch) bereikbaar voor spoedzorg en normale zorg.
Firevaned leden voldoen aan deze eisen en aan de eisen van het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen.

De aanschaf van een hulpmiddel begint altijd met de signalering van een probleem. Hoe maakt u de beste keus in deze aanschaf? Lees het in deze 15 handige tips.
- Beschrijf het probleem.
- Hoe vaak komt dit voor en waar?
- Is het een tijdelijk probleem of treedt er geen verbetering meer op?
- Onderzoek of het probleem opgelost kan worden door training of door het aanleren van een andere werkwijze. Zo is bijvoorbeeld het veters strikken met één hand mogelijk als je de veters op een speciale wijze rijgt.
- Zoek na of er een hulpmiddel bestaat dat het geschetste probleem oplost.
- Waarvoor wordt het hulpmiddel gebruikt? Wordt het alleen gebruik voor het oplossen van het eerder gesignaleerde probleem of moet het hulpmiddel breder inzetbaar zijn? Zo kan een rollator een oplossing zijn als iemand slecht ter been is, maar kun hij kan ook gebruikt worden als extra steuntje bij het bukken of om even op uit te rusten.
- Wat zijn de beperkingen, maar zeker ook de mogelijkheden van de gebruiker? Compenseer de beperkingen en benut de mogelijkheden. Is er bijvoorbeeld sprake van een slechte visus, zonder motorische of cognitieve problemen, denk dan aan een insuline pen met vergrootglas in plaats van de zorg overnemen.
- Waar het hulpmiddel gebruikt wordt en hoe ziet de omgeving er uit? In een kleine woning waar alleen een til actie van bed naar rolstoel is, zul je eerder kiezen voor een plafondlift dan in een ruime woning, waar de gebruiker ook nog graag op de zitbank of de ligstoel op het terras wil liggen.
- Hoe is de houding van de gebruiker t.o.v. het hulpmiddel? Wil en kan iemand nieuwe vaardigheden leren of houdt hij vast aan het bekende? Kies in dat laatste geval eerder voor eenvoudige oplossingen. Is het uiterlijk van het hulpmiddel belangrijk of staat functionaliteit voorop?
- Wat mag het hulpmiddel kosten en wie betaalt? Zoek na of er vergoedingsmogelijkheden zijn en wat de financiële mogelijkheden van de cliënt zijn? Schaf het hulpmiddel niet zelf aan voor een eventuele vergoeding toegekend is. In de meeste gevallen wordt een hulpmiddel niet achteraf vergoed.
- Probeer het hulpmiddel altijd uit voordat het aangevraagd of aangeschaft wordt. Bij hulpmiddelen die op maat gemaakt worden is dit moeilijk, maar een tussenpassing en/of afleverpassing kan veel problemen voorkomen.
- Kies voor een betrouwbare leverancier en let hierbij niet alleen op de prijs, maar vooral op service. Repareert de leverancier zelf en krijg je een vervangend product ter beschikking? Heb je recht op pechhulp? Hoe zit het met garantie?
- Laat, bij aflevering, het hulpmiddel goed instellen door de leverancier.
- Sluit een verzekering af, indien van toepassing. Dit geldt in elk geval voor scootmobielen en elektrische rolstoelen.
- Vraag gebruiksinstructies aan de leverancier en let er op dat er een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing bijgevoegd is.
- Evalueer het hulpmiddel na een half jaar en vervolgens jaarlijks. Is het probleem opgelost door het gebruik van het hulpmiddel en functioneert het hulpmiddel naar behoren. Onderneem zo nodig actie. Laat m.n. mobiliteitshulpmiddelen jaarlijks onderhouden.
- Een ergotherapeut kan adviseren bij de keuze van een hulpmiddel en ondersteunen bij het aanvragen van vergoedingen. Zoek een ergotherapeut via Ergotherapie Nederland.
Deze 15 tips zijn afkomstig van kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning Vilans: www.vilans.nl
Door een handicap of een chronische ziekte kunt u worden belemmerd in uw vrijheid en/of zelfredzaamheid. Dit betekent niet dat u bij de pakken neer hoeft te gaan zitten. Er zijn volop hulpmiddelen die u kunnen ondersteunen en die sommige dingen juist wel weer mogelijk maken. Zoals bijvoorbeeld toch zelf boodschappen kunnen doen of een sport kunnen uitoefenen. Vaak wordt u hierover getipt door mensen uit uw directe omgeving maar wat dan?
Praat met uw behandelaar!
Mogelijk heeft u regelmatig contact met behandelaars. U kunt hierbij denken aan uw huisarts, de specialist in het ziekenhuis die u regelmatig bezoekt, de fysiotherapeut of de ergotherapeut. Praat eens met hen als u problemen ervaart door uw gezondheidssituatie in het dagelijks leven. Vraag naar hun mening en ervaringen van anderen. Denken zij dat u met het betreffende hulpmiddel een goede oplossing voor u zou kunnen zijn. Sluit het goed aan op uw persoonlijke situatie? Wat zouden de voor- en nadelen kunnen zijn; ook met het oog op de toekomst.
Een volgende stap is om uit te zoeken via welk kanaal het hulpmiddel kan worden aangevraagd of aangeschaft. Afhankelijk van uw situatie zijn er verschillende mogelijkheden. Naast particuliere aanschaf kunt u vaak ook een beroep doen op de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) of de Zvw (Zorgverzekeringswet)
Een hulpmiddel via de Wmo
De Wmo is erop gericht om inwoners van een gemeente actief te kunnen laten (blijven) participeren aan de samenleving. Een aanvraag voor een Wmo hulpmiddel doet u in de gemeente waar u woont. U kan hierbij denken aan hulpmiddelen zoals een rolstoel, een scootmobiel of bijvoorbeeld een beugel aan de douchewand. Een schriftelijke ondersteuning van uw aanvraag door uw behandelaar kan helpen. De gemeente zal ook altijd zelf nog kijken wat past binnen haar beleid. De meeste gemeentes werken vaak samen met onafhankelijke medisch deskundigen die bekijken of uw aanvraag terecht is en welk hulpmiddel voor u het meest geschikt zou zijn. Het hulpmiddel krijgt u vervolgens in bruikleen via de Wmo. Afhankelijk van de gemeente waar u woont kunt u of zelf een hulpmiddelenleverancier kiezen of er wordt u een hulpmiddelenleverancier toegewezen. De hulpmiddelenleverancier is verantwoordelijk voor de levering van het hulpmiddel en de bijbehorende service en onderhoud.
Een hulpmiddel via uw zorgverzekering
Wanneer het hulpmiddel kan worden vergoed in het kader van de Zorgverzekeringswet dan kunnen uw behandelaars u (afhankelijk van de eisen die de zorgverzekeraar stelt) helpen bij de aanvraag van het hulpmiddel. Uw ergotherapeut, fysiotherapeut of logopedist zou u daarnaast ook kunnen begeleiden als u bij de leverancier op bezoek gaat om het hulpmiddel aan te meten. De ergotherapeut kan ook telefonisch contact met de zorgverzekering onderhouden en, net zoals aanvragen bij de gemeente, ´de druk op de ketel` houden zodat er snel een beslissing genomen wordt en het hulpmiddel snel bij u thuis is.
Particuliere aanschaf van een hulpmiddel
Indien u kiest voor een hulpmiddel via de Wmo of uw zorgverzekeraar zijn er vaak weinig kosten aan verbonden (bij de Wmo betaalt u een kleine eigen bijdrage). Het hulpmiddel dat u ontvangt is niet uw eigendom en u heeft geen inspraak in bijvoorbeeld merk of kleur. Indien u dat niet prettig vindt, kunt u uiteraard ook altijd kiezen voor het zelf aanschaffen van een hulpmiddel.

Heeft u tijdelijk een hulpmiddel nodig omdat u thuis wordt verpleegd of omdat u revalideert of herstelt na een operatie? In deze vaak tijdelijke situaties kunt u een beroep doen op de uitleen van hulpmiddelen. De maximale uitleenperiode is 26 weken, en kan in sommige gevallen ook nog worden verlengd. Het lenen van hulpmiddelen is, wanneer u hiervoor in aanmerking komt, voor u kosteloos aangezien dit valt onder uw zorgverzekering.
Waar gaat u heen voor een hulpmiddel?
Indien u een hulpmiddel wilt lenen, kunt u zich het beste wenden tot een zorgwinkel of uitleenpunt bij u in de buurt. Het is altijd handig om vooraf even te bellen als u vragen heeft of het hulpmiddel beschikbaar is en als u zeker wilt weten of u het hulpmiddel kan lenen. Aangezien het standaard hulpmiddelen betreft, kunnen ze vaak direct worden meegenomen. In de winkel leggen de medewerkers u graag uit hoe u het hulpmiddel op de juiste wijze kan gebruiken. Grotere hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld hoog-laag bedden of tilliften worden in overleg thuis bezorgd. Het is vaak ook mogelijk online een hulpmiddel aan te vragen en te laten bezorgen. Let op: Voor sommige hulpmiddelen is een medische indicatie nodig.
De meeste Firevaned leden hebben contracten met alle zorgverzekeraars voor het uitlenen van hulpmiddelen. U bent zelf vrij te kiezen bij welke zorgwinkel u een hulpmiddel wil lenen.
Hulpmiddelen die u tijdelijk kunt lenen zijn onder andere:
- (over-) Toiletstoel
- Douchestoel
- Overschuifplank
- Anti decubitus zitkussen en/of matras
- Draailaken
- Patiëntenlift
- Bedplank
- Draaischijf
- Rolstoel
- Bedtafel
- Drempelhulp
- Rugsteun
- Bedheffer
- Gipssteun
- Sling
- Bedpapegaai
- Glijmatten
- Toiletsteun
- Bedbeugel
- Hoog-laagbed
- Infuustandaard
- Toiletverhoger
- Bedladder
- Luchtring
- Trippelstoel
- Bedverhogers (klossen)
- Ondersteek
- Dekensteun
- Onrusthekken
Wanneer u met spoed een hulpmiddel nodig heeft of u heeft een specifieke voorkeur is huur of zelf een hulpmiddel aanschaffen uiteraard ook altijd. mogelijk.

Op reis met een mobiliteit hulpmiddel, waar moet je op letten?
Onbeperkt mee kunnen doen, betekent ook op (vakantie)reis kunnen met je hulpmiddel. Er zijn een aantal zaken waar je op moet letten wanneer je met (mobiliteit) hulpmiddel op reis gaat, om te waarborgen dat je veilig op plaats van bestemming zult aankomen. Relevant is onder andere:
- De manier waarop gereisd wordt: bijvoorbeeld eigen auto of vliegtuig
- Of het een hulpmiddel is mét of zonder elektrische aandrijving
- De vakantie in Nederland of daarbuiten is
- Wie de eigenaar van het hulpmiddel is
We lichten ze hieronder nader toe.
- De manier waarop gereisd wordt
Wanneer je met eigen vervoer (bv auto met caravan) gaat kan een hulpmiddel zonder elektrische aandrijving, dus bijvoorbeeld een handbewogen rolstoel of rollator, goed worden meegenomen. Gaat het om een elektrisch hulpmiddel, dan is de bestemming (3) en eigendom (4) van belang. Uiteraard moet het hulpmiddel altijd goed worden vastgemaakt tijdens de rit.
Wordt de reis gemaakt met een externe vervoerder, bijvoorbeeld vliegtuig of cruise, is het belangrijk vooraf te informeren naar de voorwaarden en mogelijkheden. Een niet-elektrisch hulpmiddel, zoals rolstoel of rollator, kan vaak worden meegenomen als (ruim)bagage. Voorwaarden zoals maatvoering en gewicht kunnen van toepassing zijn. Voor handbagage gelden vaak nog specifiekere voorwaarden. Bij elektrisch aangedreven hulpmiddelen gelden met name spelregels met betrekking tot de accu.
- Hulpmiddel mét of zonder elektrische aandrijving
Bij elektrisch aangedreven hulpmiddelen gelden bij externe vervoerders strenge regels voor het vervoer van accu’s. Een vervoerder wil dan weten om welk type accu het gaat om risico’s in te schatten en in het geval van nood passende actie te ondernemen. Hiervoor kan de vervoerder vragen om een verklaring (veiligheidsinformatieblad: MSDS) waarin de eigenschappen van de accu staan vermeld. Dit informatieblad is merk- en type gebonden.
- Reizen in het buitenland
Gaat de reis naar het buitenland, dan is het belangrijk om aandacht te hebben voor reparatie en verzekering van het hulpmiddel. De meeste hulpmiddelen die worden gebruikt zijn verstrekt door een leverancier in opdracht van een gemeente of zorgverzekeraar en zijn voorzien van een onderhoudscontract. Bij een storing wordt dit door de servicedienst van de leverancier opgelost. Dit onderhoudscontract geldt alleen in Nederland. In het buitenland ligt de verantwoordelijkheid bij de reiziger. De leverancier kan ondersteuning bieden voor het vinden van een oplossing, maar zij hebben geen servicedienst in het buitenland. Ook als er kosten verbonden zijn aan de reparatie zijn deze in eerste instantie voor de reiziger. Het is daarom belangrijk om vooraf te informeren bij de leverancier naar de voorwaarden en mogelijkheden.
- Wie is eigenaar van het hulpmiddel
In Nederland worden de meeste hulpmiddelen verstrekt in opdracht van gemeente (Wmo), zorgverzekeraar (ZVW), UWV of zorgkantoor (WLZ). Slechts een klein deel wordt door de gebruiker zelf aangeschaft (particulier). In het laatste geval is de reiziger zelf eigenaar en zorgt ook voor onderhoud en verzekering. In de andere gevallen ligt het eigendom vaak bij de verstrekker (bijvoorbeeld gemeente) of is het eigendom van de leverancier van het hulpmiddel. De gebruiker heeft het hulpmiddel dan in bruikleen. Onderhoud en verzekering zijn dan in de overeenkomst tussen leverancier en opdrachtgever afgesproken en met de gebruiker is een bruikleenovereenkomst vastgelegd. In de bruikleenovereenkomst staan afspraken over o.a. onderhoud, reparatie en verzekering. Voorafgaand aan een reis is het belangrijk om af te stemmen met de eigenaar van het hulpmiddel over de te maken reis. Bijvoorbeeld om reserve onderdelen (zoals banden) mee te nemen of hoe om te gaan met reparaties in het buitenland.
Algemene richtlijnen wanneer je op reis gaat
Wanneer je op reis gaat is het goed om te weten wat de regels zijn van je specifieke vervoerder. Vraag daarom de veiligheidsvoorschriften voor het vervoer van (rolstoel)accu’s op bij je vervoerder (cruiselijn, luchtvaartmaatschappij, busbedrijf, etc.).
Indien het gaat om een elektrisch aangedreven hulpmiddel, dan is het belangrijk om te weten wat de specificaties zijn van de accu’s.
Deze verschillende accu’s worden gebruikt bij hulpmiddelen:
- Onderhoudsvrije loodaccu’s (VRLA / AGM / Gel)
- Nikkel-metaalhydride (NiMH)
- Nikkel-cadmium (NiCd)
- Lithium-ion (Li-ion) of lithium-ijzerfosfaat (LiFePO4)
De leverancier van je hulpmiddel kan je informeren over de accu’s zie zijn gebruikt in jouw elektrisch aangedreven hulpmiddel. In het algemeen geldt dat:
- De batterijen niet beschadigd, lek of defect mogen zijn.
- De batterijen correct afgekoppeld of uitgeschakeld dienen te worden indien het hulpmiddel niet in gebruik is tijdens vervoer.
- Lithiumbatterijen in veel gevallen alleen mogen worden vervoerd als ze ingebouwd zijn in het hulpmiddel, of afzonderlijk verpakt volgens de geldende regelgeving
In sommige gevallen kan het nodig zijn om een extra veiligheidsverklaring of verpakking te overleggen bij luchtvervoer.
De volgende documenten zijn belangrijk:
- (Rolstoel)accu voorschriften van uw vervoerder
- Reist u per vliegtuig: IATA verklaring
- Reist u over de weg: ADR verklaring
- Reist u over zee: IMDG verklaring
- Algemene informatie: MSDS (Material Safety Data Sheet)
Het is dus ook goed om te weten of de accu’s van je elektrisch aangedreven hulpmiddel kunnen worden uitgenomen uit het hulpmiddel. Bijvoorbeeld in het geval van hulpaandrijvingen kan het soms mogelijk zijn deze in een aparte ruimte (zoals vrachtruim) te vervoeren en bij aankomst weer aan uw hulpmiddel te koppelen.
Wanneer je twijfelt of de accu’s voldoen aan de veiligheidseisen van je vervoerder kun je de bovengenoemde documenten met he vervoerder overleggen. Neem tijdens je reis deze documenten, en eventuele schriftelijke bevestigingen van je vervoerder, met je mee om vragen tijdens je reis te voorkomen/beantwoorden.
Is er een maximale hoogte van rolstoelen?
Er is geen vastgestelde maximale hoogte voor een rolstoel. Een rolstoel is een medisch hulpmiddel met als doel mobiliteit te bieden aan personen die hierin beperkt zijn. Hierbij dient de rolstoel te passen bij de persoon en de beperking. Zo is de ene persoon geholpen met een lage sportieve rolstoel, terwijl een andere persoon meer steun aan bijv. hoofd en nek benodigd heeft en daardoor een hogere rolstoel nodig heeft. Bij een inclusieve maatschappij horen hulpmiddelen afgestemd op de gebruiker.
Evenals bij het advies over de eisen van de vervoerder ten aanzien van (rolstoel)accu’s is ook hierbij het advies om bij de vervoerder na te vragen of er eisen/beperkingen zijn opgelegd voor het vervoer van rolstoelen.
Is een elektrische aangedreven hulpmiddel verzekerd tijdens de reis?
Een hulpmiddel met elektrische aandrijving heeft een WA verzekering, inclusief ‘groene kaart’ waarop de landen staat waarin de verzekering geldig is. Een WA verzekering vergoedt alleen de kosten aan derden (personen en voorwerpen), dus niet bij schade aan het hulpmiddel of de gebruiker ervan.
Voor een reisverzekering gelden vaak specifieke voorwaarden bij een hulpmiddel. Op het moment dat een elektrisch aangedreven hulpmiddel, zoals een scootmobiel of elektrische rolstoel, geen eigendom is van de gebruiker kan deze niet extra verzekerd worden. Een handbewogen rolstoel kan vaak wel verzekerd worden als bagage. Goed om vooraf te informeren bij de reisverzekeraar.
Fijne reis!

Voor veel gebruikers van scootmobielen en driewielers is een veilige en toegankelijke stallingsplek essentieel. Zonder goede stalling is het gebruik van een hulpmiddel niet vanzelfsprekend. Gemeenten verstrekken steeds vaker hulpmiddelen in stedelijke gebieden waar stallingsruimte beperkt is, wat leidt tot praktische en veiligheid gerelateerde uitdagingen.
Brandveiligheidseisen
Door strengere brandveiligheidseisen mogen scootmobielen en driewielers niet zomaar in gemeenschappelijke ruimtes zoals gangen of trappenhuizen worden gestald. Dit heeft directe gevolgen voor de verstrekking en het gebruik van deze hulpmiddelen. Gemeenten dienen bij de beoordeling van aanvragen rekening te houden met de beschikbare stallingsmogelijkheden.
Gevolgen van ‘’buiten stallen’’
Het buiten stallen van scootmobielen en driewielers brengt risico’s met zich mee, zoals diefstal, versnelde slijtage door weersinvloeden en verminderde toegankelijkheid. Dit kan de levensduur van het hulpmiddel verkorten en het gebruik ervan belemmeren.
Aanbeveling aan gemeenten
Firevaned adviseert gemeenten om bij het verstrekken van scootmobielen en driewielers expliciet te toetsen of er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is. Een hulpmiddel zonder veilige stalling is in de praktijk vaak niet bruikbaar. Hoewel Firevaned dit actief onder de aandacht brengt, ligt de uiteindelijke beleidskeuze bij de gemeente.
Wij blijven dit onderwerp agenderen in onze gesprekken met beleidsmakers en streven naar een hulpmiddelensector waarin veiligheid, duurzaamheid en gebruiksgemak centraal staan.

We hopen natuurlijk dat het niet nodig is, maar mocht u ondanks alle goede zorgen en afspraken toch niet tevreden zijn over de wijze waarop u uw hulpmiddel heeft gekregen, de wijze waarop u bent voorgelicht of de manier waarop u de beloofde service ontvangt, dan is de meest logische weg dit eerst bij de organisatie zelf neer te leggen. Mocht u er met hen niet (naar tevredenheid) uitkomen dan kunt u (zonder tussenkomst van de erkende organisatie) een klacht indienen bij de externe en onafhankelijke Geschillencommissie.
De Stichting Kwaliteitsbevordering voor de hulpmiddelenbranche (SKH) heeft een externe en onafhankelijke Geschillencommissie ingesteld, deze wordt ondersteund via klachtregeling.nl. Deze commissie bestaat uit personen die niet (direct) betrokken zijn bij een van de erkende bedrijven, Firevaned of de SKH zelf, maar die wel kennis van (juridische) zaken hebben.
Voor het indienen van de klacht betaalt u € 25, naast kosten die u maakt als u zelf iemand inschakelt om u te ondersteunen.
De Geschillencommissie kan in eerste instantie bemiddelen tussen u en de organisatie. Vaak kunnen klachten dan naar tevredenheid van beide partijen worden opgelost. De organisatie moet hier uiteraard aan mee willen werken. Mocht de bemiddeling niet tot resultaat leiden dan heeft u de mogelijkheid om uw klacht door de onafhankelijke Geschillenncommissie te laten beoordelen. De Geschillencommissie doet vervolgens een uitspraak. Wanneer u in het gelijk gesteld wordt, is de erkende organisatie verplicht zich aan de uitspraak van deze commissie te houden.
Voor vragen of het indienen van een klacht kunt u terecht op de website van Klachtregeling.nl.
Hier vindt u de Algemene Consumentenvoorwaarden Firevaned.

