Inspectie publiceert rapport over toezicht op gunstbetoon (GMH)

Sinds 1 januari 2018 is er wetgeving over gunstbetoon bij medische hulpmiddelen. Een van de regels voor gunstbetoon is dat er een dienstverleningsovereenkomst moet worden opgemaakt.

Publicatiedatum: 15 oktober 2019

De inspectie heeft in de periode van 1 januari 2018 t/m 31 maart 2019 van vijftien medische hulpmiddelen leveranciers, de afgesloten dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) tussen leveranciers en zorgprofessionals onderzocht. . In totaal zijn ongeveer 50 overeenkomsten bekeken. De uitkomsten van dat onderzoek zijn vastgelegd in rapporten, die inmiddels op de website van IGJ zijn gepubliceerd.

In alle gevallen was er een dienstverleningsovereenkomst aanwezig. Belangrijkste punt van kritiek is dat bepaalde onderdelen, zoals het uurtarief, onkosten, de omvang/duur en het te bereiken resultaat of doel van de dienst, vaak onvoldoende duidelijk waren beschreven. Er zijn nog geen boetes opgelegd, wel stimuleringsmaatregelen.

IGJ geeft nog een aantal leerpunten mee:

  • leg inhoud, aard, duur, omvang, het te bereiken resultaat of doel van de dienst vooraf in één schriftelijke overeenkomst vast,
  • voorkom lumpsum of anderszins ‘open’ afspraken, maar regel in de overeenkomst ook duidelijk vergoeding voor de dienst en vergoeding van eventuele onkosten, en
  • vergoed uitsluitend reistijd tijdens normale werkuren om dubbele beloning te voorkomen

In 2020 start de IGJ een vervolgonderzoek waarin ze specifiek zal toetsen op de redelijkheid van de vergoeding voor de dienstverlening, met aandacht voor de daadwerkelijke betalingen en betaalbewijzen. IGJ geeft ook expliciet aan dat zij de aandacht ook gaat richten op zorgprofessionals. Ook zij moeten de regels voor dienstverlening naleven.

De belangrijkste uitkomen zijn terug te lezen in de factsheet: ‘Toezicht op gunstbetoon in de sector van medische hulpmiddelen’.